Be Circular

In welke mate is de Brusselse economie circulair?

19/04/2019 | In welke mate is de Brusselse economie circulair? |

Vooruitstrevende steden en regio’s in de circulaire economie moeten zelf de evaluatie-instrumenten voor hun transitieproces onderzoeken en ontwikkelen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de uitdaging aangegaan om de progressie te meten in het kader van het Gewestelijk Programma voor de Circulaire Economie (GPCE), gestart in 2016.

Zeker, er bestaan al indicatoren voor duurzame ontwikkeling waarmee we ons kunnen positioneren ten opzichte van andere vergelijkbare steden, maar “de toepassing van deze methode op het circulaire karakter van steden en regio’s zit nog in de embryonale fase”, benadrukt Patrick Van Den Abeele, coördinator van het hoofdstuk ‘Indicatoren’ van het GPCE. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zich aangesloten bij het milieuprogramma van de VN (United Nations Environment Programme, UNEP) en het netwerk van experts GIREC (Global Initiative for Resource Efficient Cities). UNEP stelde voor om de bestaande ecologische, sociale en economische indicatoren in Brussel of elders te identificeren, zodat deze opgenomen kunnen worden in een monitoringtabel van de gewestelijke circulaire economie.

Een voorbeeld voor de wereld

UNEP beschouwt het GPCE als een “pionier die belangrijke ervaringen voor andere steden” oplevert. Als hoofdstad van Europa is Brussel “goed geplaatst om invloed uit te oefenen op de Europese en mondiale praktijken op het gebied van de circulaire economie”,met name door een eigen kader voor relevante indicatoren te ontwikkelen. Deze kunnen op termijn geïntegreerd worden in de toekomstige ISO-normen die momenteel in ontwikkeling zijn.

“Dit is een eerste oefening die deel moet uitmaken van een proces op lange termijn”, zegt Patrick Van Den Abeele. De circulaire economie is immers “een ingewikkelde puzzel, bestaande uit vele subsystemen, variabelen, stromen en actoren die voortdurend met elkaar interageren”.  De uitvoering en evaluatie moeten dus rekening houden met het totale systeem en een groot aantal actoren betrekken, waarvoor tijd nodig is.

Zeer nuttige indicatoren

Het meten van een verbeterde levenskwaliteit van de inwoners als gevolg van een beter gebruik van de bestaande middelen of het creëren van nieuwe beroepen “is een grote uitdaging”, vindt Patrick Van Den Abeele. Het UNEP-rapport schat dat 9,65 procent van de jobs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verband houdt met de circulaire economie. Dit is de eerste keer dat deze berekening voor Brussel is uitgevoerd. Het is een indicatie, die zeker interessant is vanuit politiek oogpunt, maar die nog moet worden aangevuld met andere indicatoren van de algemene levenskwaliteit, die nog niet bestaan.

Een andere doelstelling voor toekomstige indicatoren is inschatten hoeveel impact het gewestelijk beleid voor circulaire economie heeft op de CO₂-uitstoot. Potentieel kan dit beleid de uitstoot verminderen door de levensduur van producten te verlengen en de intensiteit van hun gebruik te verhogen. Het Circularity Gap Report van Circle Economy uit 2019 schat dat wereldwijd 62 procent  van de broeikasgassen wordt uitgestoten vóór de verbruiksfase, dus tijdens de fase van de winning, omzetting en productie.

Bredere visie

UNEP benadrukt ook dat het noodzakelijk is dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verder kijkt dan zijn grenzen: geen enkele stad kan circulair zijn als ze niet buiten haar territoriale kader gaat, aangezien stromen als water of energie ook geen grenzen kennen. Goed nieuws: er is al een dialoog gestart tussen de diverse Belgische entiteiten. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest neemt samen met de andere Belgische gewesten en de federale overheid deel aan een Belgische werkgroep over  indicatoren van de circulaire economie, opgericht op initiatief van de FOD Economie.

Bovendien stelt UNEP voor om de grondstoffenstroom op “granulair” niveau te analyseren, dat wil zeggen op de schaal van de wijken. Zo kunnen de economische en politieke prikkels om de transitie te versnellen beter afgestemd worden, rekening houdend met de doelstellingen voor milieu, levenskwaliteit en gezondheid. Lees het rapport ‘Brussels-Capital Region: Circular Economy Transition’ van UN